De Vereniging voor Landbouwgeschiedenis stelt deze website open voor webpublicaties. De bijdragen kunnen uiteenlopend van aard zijn. Het kunnen wetenschappelijke historische beschouwingen zijn, maar kunnen ook bijvoorbeeld het karakter hebben van memoires, of een persoonlijke kijk op een bepaald deel van de agrarische geschiedenis. Op deze wijze worden waardevolle gedachten ontsloten voor allerlei gebruik, waaronder wetenschappelijk onderzoek. Twee bestuursleden nemen kennis van aangeboden teksten voor publicatie en kunnen erover in overleg treden met de publicist. De laatste blijft vanzelfsprekend verantwoordelijk voor het gepubliceerde.
Gebruikmaken van de tekst is toegestaan onder bronvermelding: Auteur, jaartal, titel, www.landbouwgeschiedenis.nl, publicaties, webpublicaties.
De Web-publicaties staan op volgorde van de achternaam van de eerste auteur.
- Rienk van der Berg, 2013. Hoogleraren in de zoötechnische vakken van LH-LU-WU Wageningen 1918-2012.
- Marten Brascamp en Fenneke Brascamp, 2023. Twee landbouwtentoonstellingen in de IJsselstreek in 1897. Landbouwtentoonstellingen vormden eind 19e eeuw belangrijke instrumenten om agrariërs kennis te laten maken met vernieuwingen in bedrijfsvoering en landgebruik. In dit artikel worden twee landbouwtentoonstellingen in respectievelijk Olst en Voorst besproken.
- Marten Brascamp, 2023. Tabaksteelt en de waag in het ampt Voorst. Brascamp heeft onderzoek gedaan naar de tabaksteelt in het ampt Voorst voor de periode 1700-1830. Centraal in het onderzoek stonden vragen als ‘Wie waren de telers, ‘Hoe belangrijk was de tabaksteelt voor hun inkomsten’, en ‘Welke rol speelde de Waag in voorst in deze handel’. Het onderzoek is rijk geïllustreerd.
- Marten Brascamp, 2025. Enkele aantekeningen bij Willem Albert Scholten.
- Françoise en Pieter A. Oomen (2015), red.) Frans Alewijn (1899-1997). Veertig jaar tussen de keerkringen – memoires. Een leven werkzaam in de thee. De redacteuren hebben de tekst bewerkt en geredigeerd.
- Sobry, Marthe, 2025. De boer: “geen man net de pen in de hand, punt”. Kennisnetwerken: economische bedrijfsboekhouding in de Belgische landbouw, 1950-1984. KU Leuven 2025. Begeleider: prof. dr Yves Segers. Prijswinnares Pim Kooij Prijs 2025. Jury-rapport 2025. Verslag en interview met de prijswinnares bij het CAG.
Vanaf de jaren 50 onderging de Belgische landbouwsector een diepgaande transformatie. Onder invloed van globalisering, modernisering, schaalvergroting en verwetenschappelijking, groeide de nood aan kennisgestuurd ondernemerschap in plaats van traditionele boerenpraktijken. Een opmerkelijke innovatie in deze context was de introductie van de bedrijfseconomische boekhouding.
In de literatuur wordt deze nieuwe en versterkte circulatie van kennis omschreven als de ontwikkeling van agrarische kennisnetwerken en onder de noemer van Agricultural Knowledge and Innovation Systems (AKIS) geplaatst. De historiografie van agrarische kennisnetwerken wordt gekenmerkt door een dubbele lacune: een tekort aan historisch onderzoek en een gebrek aan onderzoek naar economische innovaties binnen dat kader. Daarom onderzoekt deze masterproef hoe het kennisnetwerk dat zich vormde rond de introductie, verspreiding en acceptatie van de bedrijfseconomische boekhouding functioneerde in de Belgische landbouw tussen 1950 en 1984.
Om dit onderzoek tot een goed einde te brengen werd gekozen voor een close reading van drie vaktijdschriften: het Landbouwtijdschrift, Agricontact en Bij de Haard. Verder werd het tv-programma Voor Boer en Tuinder geanalyseerd en aanvullend werden ook enkele interviews afgenomen van boeren. Op deze manier kon gegarandeerd worden dat niet enkel top-downprocessen onderzocht werden, maar ook de bottom-up interactie tussen boerengezinnen, private en publieke instituties.
Het kennisnetwerk dat aan het licht kwam, bestond uit een dynamisch samenspel tussen overheid, Boerenbond, voorlichters, boekhoudkantoren, onderwijsinstellingen en Europese beleidsniveaus. Voor dit onderzoek bewees het AKIS-concept een functioneel analysekader te zijn. Toch week de casus bedrijfseconomisch boekhouden enigszins af van het traditionele model. De boer was in dit geval namelijk geen primaire kennisproducent. Hij beschikte niet over voorafgaande ervaring met boekhouden en stond over het algemeen eerder kritisch en afwijzend tegenover de boekhouding. Deze terughoudendheid zorgde er wel voor dat de boer eerder een indirecte kennisvormer was. De aanpassing en verspreiding van de boekhouding werd namelijk gestuurd door twee drijvende factoren: subsidiewerving en dataverzameling. Enerzijds was boekhouden voor de boer pas aantrekkelijk wanneer daar financiële compensatie tegenover stond. Anderzijds wilden instellingen via de boekhoudingen cijfers verwerven om het landbouwbeleid te evalueren, wat hen ertoe aanzette hun methoden pragmatisch aan te passen. Daarnaast werd in deze masterproef ook duidelijk dat boekhoudkundige kennisdeling onder boeren enkel binnen vertrouwensrelaties gebeurde. Wat wel een cruciale rol speelde was het familiale karakter van het landbouwbedrijf. Voor de opvolger kon de boekhouding gelden als een oriëntatietool voor investeringen en een moderne bedrijfsvoering. Verder toonde dit onderzoek ook aan dat de vele boerinnen nauw betrokkenwaren bij het bijhouden van de boekhouding, wat een belangrijke emanciperende functie had. Op die manier kreeg ze toegang tot bedrijfskennis en werd deze gedeeld binnen het gezin, waardoor ook zij haar stempel kon drukken op de bedrijfsvoering en -leiding.
Deze masterproef verruimt het AKIS-concept door aandacht te vragen voor meer informele, familiale en gendergerelateerde kenniscirculatie. Ten slotte bewees dit onderzoek dat naast landbouwtechnische ook economische innovaties unieke kennisnetwerkdynamieken vertoonden. - J.H. Voorburg, 2013. Knooppunten van 40 jaar veehouderij. Dit is een belangrijke tekst van iemand die werkzaam is geweest als landbouwconsulent en ook betrokken bij mestverwerking, mestoverschot. Begin jaren tachtig concludeert een Lei-rapport al: “Met andere woorden de milieu eisen zijn niet alleen een randvoorwaarde voor het veevoedingsonderzoek maar bepalen ook hoeveel landbouwhuisdieren maximaal in ons land kunnen worden gehouden zonder mest buiten de kringloop te moeten brengen. De ruimte voor deze kringloop wordt bepaald door de grenzen die aan de fosfaatbemesting worden gesteld.. p. 105”
- A.C. Zeven (red.), 1997. De introductie van onze cultuurplanten en hun beleiders van het Neolithicum tot 1500 AD. Met bijdragen van CC. Bakels, H. van Haaster, J.-P. Pals en A.C. Zeven.
Pagina bijgewerkt: 10 Februari 2026.
