Berichten verwante organisaties

Hier worden bijvoorbeeld vacatures geplaatst, of call for papers of andere zaken die interessant zijn voor de leden van de VLG. De Call for Papers (CfP) zijn hier met name geplaatst om de leden van de VLG attent te maken op wat er op dit moment aan het front van de wetenschap op ons terrein gebeurt.

De volgorde is bepaald door de datum van het evenement van dichtbij in de tijd tot verder weg.

Bijeenkomsten / Symposia / Congressen / Call for Papers

  • Op dinsdag 14 april kan je deelnemen aan de bijeenkomst ‘The Eighties: vergroening van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid’ aan de Radboud Universiteit (NL). Emiel Geurts (Universiteit van Amsterdam) licht toe hoe marktdenken en ‘groene’ argumenten vanaf de jaren 1980 het landbouwbeleid van de EU mee vorm gaven. Inschrijven is gratis, maar wel verplicht.
  • Fietstocht 16 mei: Het Bildt en Oud Barradeel. De start is om 10 uur in het restaurant van Zwarte Haan. De fietsroute gaat langs de belangrijkste bezienswaardigheden en uiteraard verschillende boerderijen, zoals Camstrastate, Sinaedastate, Liaukemastate, en Harkemastate. Ook bezoeken we enkele boerderijen. Daarna fietsen we richting Sint Jacobiparochie, naar De Griene Dijk die bekend staat als ‘de eerste zeedijk’, aangelegd rond het jaar 1000 en sindsdien amper veranderd. Daarna via Firdgum, Tzummarum, Oosterbierum, Sexbierum en weer terug via Dijkshoek naar het eindadres.
  • Erfgoedhuis Zuid-Holland. Van akker tot archief: sporen van agrarische geschiedenis van Zuid-Holland. 22 juni 2026. Landbouw en veeteelt hebben sporen achtergelaten in de geschiedenis van Zuid-Holland. Wat zijn de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van onderzoek naar plattelands- en agrarische geschiedenis? Welke bronnen zijn hiervoor in het (provinciaal) archief te vinden? En waar liggen kansen voor specifieke vervolgonderzoeken? Over deze bijeenkomst: Zuid-Holland kent een geschiedenis met landbouw en veeteelt. Deze activiteiten hebben eeuwenlang invloed gehad op de vorming en indeling van het landschap, de bouw van molens en boerderijen en de sociaaleconomische geschiedenis. Diverse transities, zoals ruilverkaveling, schaalvergroting en mechanisatie, hebben deze sector in de afgelopen decennia sterk doen veranderen. Dit heeft invloed gehad op de rol van het platteland in de regio en de provincie, maar ook op het landschap en de waardering van agrarische monumenten. Deelname is gratis. Opgave via deze url: https://www.erfgoedhuis-zh.nl/agenda/2026/van-akker-tot-archief/,
  • Rural Societies in Transition (19th to 21st Centuries). Archiv für Sozialgeschichte (Friedrich-Ebert-Stiftung), 25 -26 June 2026, Bonn, Germany. In recent years, rural societies have become the focus of media coverage. In France, Germany and the Netherlands, farmers have demonstrated against government agricultural policy, falling prices for agricultural products, neglect of infrastructure and ignorance of the needs of rural populations by driving tractor convoys, setting up road blockades and burning tyres. While rural societies were often romanticised as a harmonious alternative to urban life, they often experienced ongoing conflicts and inequalities in the nineteenth and twentieth centuries. Throughout Europe, rural societies and the lifestyles of people living in the countryside, by the water or in mountainous regions have undergone fundamental changes as a result of modernisation processes in agriculture and constant interaction with urban society and political centres.
  • 16th ESSHC (European Social Science History Conference), April 21-24, 2027, Lyon Frankrijk. Thedeadline for paper and session proposals is April 15th, 2026 The conference is organized in networks. The Rural history network is chaired by: Lev Centrih | University of Primorska, Slovenia; Institute of Contemporary History, Ljubljana; Davide Cristoferi | Université libre de Bruxelles, Belgium; and Harm Zwarts | Groningen University.
  • The workshop “The History of Agrochemicals and International Development: Knowledge, Politics, and Business, 1940s to the Present” will take place on 6 November 2026 at the European University Institute, Florence, Italy. The goal of this workshop is to explore how agrochemicals have influenced the relationship between scientific knowledge, international development agendas and approaches, and national political priorities in different regions of the world. Furthermore, it aims to investigate the role of business companies and other non-governmental actors in shaping strategies for and against the use of agrochemicals. We invite contributions that analyze how agrochemicals have interacted with human and natural environments in specific localities. We are equally interested in how these interactions have been debated, legitimized, or contested within scientific communities, development organizations, and national and international politics. Applications: Deadline for proposal submission: 16 March 2026
  • Cfp: Bridging Boundaries. Interdisciplinary Perspectives on the Environmental History of the Low Countries. On Thursday and Friday, 3-4 December 2026, the interdisciplinary conference on environmental history in Gent (Belgium) will take place.  It invites contributions that study environmental change in the Low Countries (defined as the regions located between the North Sea and the Rhine) from Antiquity to modern times. Contributions that cross boundaries between different disciplines (inter-, multi-, or transdisciplinary research) are particularly welcome. Organizing committee: prof. dr. Maïka De Keyzer, dr. Sander Govaerts, dr. Stefan Meysman, prof. dr. Thijs Lambrecht, prof. dr. Tim Soens en prof. dr. Christophe Verbruggen. Submission deadline: 30 April

Tentoonstellingen

  • 12 Landbouwschilderijen. Op 3 mei opent in het Veenkoloniaal Museum in de Groningse plaats Veendam de tentoonstelling 1935: Nederland in twaalf imposante schilderijen. Hier zullen voor het eerst de landbouwschilderijen uit het Nederlandse paviljoen op de Wereldtentoonstelling van Brussel in 1935 weer samen te zien zijn. De bijna drie meter hoge doeken van bollenvelden, boomgaarden en binnenvaartschepen geven een geromantiseerd beeld van agrarisch Nederland. Ze komen uit de collectie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Zie www.veenkoloniaal museum.nl.
  • Op 9 december 2025 is Schokland precies 30 jaar UNESCO Werelderfgoed. Ter gelegenheid van dit jubileum openen Museum Schokland en Het Flevo-landschap samen de tentoonstelling Gestolde Tijd, De tentoonstelling is vanaf 10 december 2025 tot april 2026 te bezoeken in Museum Schokland. In Gestolde Tijd staat het erfgoed en de archeologie van Schokland centraal: wat in de bodem bewaard is gebleven, wat tijdens de drooglegging van de Noordoostpolder aan het licht kwam en hoe deze objecten worden bewaard en beschermd, mede dankzij de nieuwe natuur op Werelderfgoed Schokland. De tentoonstelling opent met een introductie over de Werelderfgoedstatus van Schokland, de plek van het voormalige eiland op de wereldkaart en de betekenis van deze internationale erkenning.
  • De landbouwwerktuigenverzameling van Jan Kops is opgenomen door het Fries Landbouwmuseum. De collectie vindt haar oorsprong in het Kabinet van Landbouw, opgericht in 1815 in Amsterdam door Jan Kops. Via het inmiddels opgeheven Museum Historische Landbouwtechniek in Wageningen is de verzameling, mede dankzij de bemiddeling van oud-voorzitter prof. J.W. Hofstee, overgedragen aan het museum in Leeuwarden. Een andere, later vervaardigde modellencollectie van Van Brakel van den Eng bevindt zich in Museum Wageningen.
  • In het Bezoekerscentrum Beemster is in januari 2026 officieel een nieuwe Werelderfgoedzaal in gebruik genomen. Bezoekers krijgen hier op een toegankelijke en overzichtelijke manier informatie over de twee UNESCO Werelderfgoederen in de Beemster: de Droogmakerij de Beemster en de Hollandse Waterlinies. Met de opening van de Werelderfgoedzaal wordt een volgende stap gezet in de samenwerking tussen het Bezoekerscentrum Beemster en het Beemstermuseum, die beide zijn gevestigd aan de Middenweg 185 in Middenbeemster. Bezoekinformatie: De Werelderfgoedzaal is tot en met maart geopend op vrijdag en zaterdag van 11.00 tot 14.00 uur. Vanaf april, bij aanvang van het toeristisch seizoen, is de zaal geopend van woensdag tot en met zondag.
  • Tentoonstelling Coöperaties je vindt ze overal. Cera-gebouw, Muntstraat 1, 3000 Leuven. In deze expo van Cera en CAG ontdek je hoe mensen zich vroeger én vandaag verenigen om samen te ondernemen en maatschappelijke uitdagingen aan te pakken.
  • Grensverlegger Van Houten – Wereldmerk chocolade uit Weesp. Museum Weesp. Museum Weesp brengt dit succesverhaal in beeld met prachtige kleurrijke affiches, bonbondozen en nog veel meer objecten, vaak vormgegeven door toonaangevende kunstenaars. Met Catalogus. Zie ook het verhaal over chocola: productie en consumptie.

Berichten

Uitreiking Sartonmedaille aan prof. dr Yves Segers

Op donderdag 2 april ontving Yves Segers de Sartonmedaille uit handen van Els Van Damme, decaan van de Faculty of Bioscience Engineering UGent. Daarmee wordt hij erkend voor zijn uitzonderlijke bijdrage aan de wetenschapsgeschiedenis en voor zijn invloedrijke werk binnen de rurale en agrarische geschiedenis.



De Sartonmedaille is verbonden aan de Sarton Chair of History of Science van UGent, genoemd naar George Sarton (1884–1956), een van de grondleggers van de wetenschapsgeschiedenis als academische discipline en alumnus van de universiteit. Sinds 1984 bekroont het Sartoncomité jaarlijks een leerstoelhouder en medaillewinnaars die met hun onderzoek een bijzondere bijdrage leveren aan de geschiedenis van de wetenschap.

Na een inleiding door prof. Maarten Van Dyck, voorzitter van het Sartoncomité, en een uitgebreid laudatio door prof. Guido Van Huylenbroeck, gaf Yves zijn Sartonlezing ‘Who Knows Best? Authority, Mediation and Resistance in Agrarian Knowledge Production and Circulation in Europe, 1800s–2000s.’

In die lezing kaderde hij het onderzoek naar kennisnetwerken binnen de landbouwgeschiedenis, met bijzondere aandacht voor lopend onderzoek in verschillende Europese landen én voor de relevantie van dit soort historisch onderzoek voor de uitdagingen van vandaag en morgen. Daarbij maakte hij duidelijk dat de autoriteit over agrarische kennis nooit bij één actor, instelling of vorm van expertise lag. Doorheen de negentiende en twintigste eeuw werd die autoriteit voortdurend gevormd, bemiddeld, betwist en heronderhandeld, tussen wetenschappers, overheden, intermediairen en landbouwers zelf.

[Tekst en foto overgenomen van: https://www.linkedin.com/posts/centrumagrarischegeschiedenis_gisteren-ontving-onze-co%C3%B6rdinator-yves-segers-activity-7445752756830859264-W-0F/?originalSubdomain=nl]

Nieuwe landelijke thesaurus voor roerend agrarisch erfgoed

Een zaaiviool, aspergesteker, koeienstofzuiger, kippenbril of werpradrooier (klik hier voor de betekenis) – meer dan 500 historische landbouwwerktuigen en -gereedschappen zijn nu vastgelegd in een nieuwe landelijke thesaurus voor roerend agrarisch erfgoed. Deze terminologiebron ondersteunt collectie-eigenaren en musea bij het duurzaam registreren, digitaliseren en verbinden van agrarische collecties.

De thesaurus biedt een gestandaardiseerde woordenlijst met definities, synoniemen, bronverwijzingen en, waar mogelijk, afbeeldingen en streekgebonden benamingen. Hierdoor kunnen objecten uit verschillende collecties beter met elkaar worden vergeleken en verbonden.

Het project is ontwikkeld binnen het Netwerk Landbouwcollecties, door een samenwerking van Erfgoed Gelderland, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Erfgoedhuis Zuid-Holland, Erfgoed Brabant, Museumfederatie Fryslân, het Fries Landbouwmuseum, het Nederlands Openluchtmuseum en het Centrum Agrarische Geschiedenis Vlaanderen. De thesaurus is bedoeld voor collectiebeheerders, musea en particuliere eigenaren die hun agrarisch erfgoed beter geregistreerd, zichtbaar en toegankelijk willen maken.

De terminologiebron is op internet vrij te raadplegen via erfgoed gelderland; en ook via het termennetwerk, zelf ook weer aangesloten bij: European Research Infrastructure Heritage Science.

Rosmolen zoekt nieuw onderkomen

In een van onze tentoonstellingsruimtes (Openluchtmuseum Het Hoogeland te Warffum) staat een rosmolen die momenteel is afgeschermd van het publiek. Dit object wordt helaas al jaren niet meer getoond, omdat de rosmolen niet binnen ons huidige collectieprofiel past. Wij richten ons op het leven van arbeiders in de dorpen op het Hogeland, terwijl een dergelijke rosmolen eerder past bij het leven van (here)boeren. Vanwege de culturele waarde van het object zouden wij de rosmolen graag onderbrengen bij een andere, passende culturele instelling, zodat deze niet langer aan het publiek wordt onttrokken. De rosmolen is oorspronkelijk afkomstig van de boerderij Blocum bij Woltersum. De molen is vrij groot (4 bij 4,5 meter en 4 meter hoog), maar is demonteerbaar. Op de volgende website vindt u meer informatie en foto’s van de rosmolen:
https://www.bdpoppen.nl/rosmolens-eemsmond.html. Annemiek Huisman, collectiebeheerder.

Boerderijenkaart Fryslân

Hoeveel boerderijen heeft Fryslân, welke types zijn er en hoe staan ze er bij? Die vragen kunnen over enige tijd beantwoord worden met het gereedkomen van een speciale boerderijenlaag op de cultuur-historische kaart (CHk) van de provinsje Fryslân. Initiatiefnemer is de Boerderijenstichting Fryslân en ze werkt hierin samen met de provinsje en Tresoar. Op 20 maart 2026 heeft gedeputeerde Eke Folkerts het startschot gegeven.

Het in kaart brengen van zoveel gebouwen is geen sinecure, daarom roepen de initiatiefnemers de hulp in van eigenaren, liefhebbers van boerderijen, historische verenigingen en dorpshistorici. Kortom het is de bedoeling hier een community-project van te maken. Boerderijenbezitters – ook niet monumentale of zelfs nieuwe – kunnen de gegevens van hun boerderij (of het resterende deel ervan) invullen op een formulier op de site van de Boerderijenstichting Fryslân: https://www.boerderijenstichtingfryslan.nl/.


Vaak ligt er op veel plekken al waardevolle informatie dat nu met een breed publiek gedeeld kan worden.  Ook stadsboerderijen zijn welkom

Zend nu in voor de Arie Keppler Prijs 2026

Stichting MOOI Noord-Holland opent vandaag de inzending voor de Arie Keppler Prijs voor omgevingskwaliteit. Met deze tweejaarlijkse prijs worden bijzondere projecten en beleidsplannen onderscheiden die aantoonbaar bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving in Noord-Holland. Dat gaat over architectuur, stedenbouw, erfgoed, landschap én natuur.Inzenden kan via: https://ariekepplerprijs.nl/. De inzendtermijn sluit op 1 mei 2026. Projecten die tussen juni 2024 en juni 2026 in de provincie zijn gerealiseerd, komen in aanmerking.
 
Beoordelingscriteria
De jury stelt zich ten doel om projecten te nomineren waarvan de initiatiefnemers en ontwerpers in de voetsporen van naamgever Arie Keppler treden. Om de Arie Keppler Prijs te winnen, is een goed ontwerp niet voldoende. Ook maatschappelijk bewustzijn weegt zwaar mee. Daarbij wordt gekeken naar tijdloze thema’s zoals woonkwaliteit, sociale samenhang, een langetermijnvisie en de omgang met cultuurhistorie, maar ook naar actuele opgaven zoals circulariteit, biodiversiteit, klimaatadaptatie en sociale integratie.


Aanmelding Scriptieprijs voor het Platteland 2026 gestart

Uw hulp gezocht met het vinden van jonge plattelandsonderzoekers
Kent u een student die zich met hart en ziel heeft verdiept in het leven en de ontwikkelingen op het platteland? Iemand die via zijn of haar afstudeeronderzoek bijdraagt aan thema’s als gemeenschapskracht, leefbaarheid of voorzieningen in dorpen en kleine kernen? Dan nodigen we u van harte uit om die student aan te moedigen zich aan te melden voor de Scriptieprijs voor het Platteland 2026.

We hopen dat u studenten met een passend profiel en een goed onderbouwd onderzoek wilt wijzen op deze kans – of zelfs helpt bij de aanmelding. 
Aanmeldingsdeadline: 1 augustus 2026
Bekendmaking genomineerden: 1 oktober 2026
Uitreiking scriptieprijs: 7 november op het Plattelandsparlement in regio Utrecht

Nieuw Netwerk: The Dutch Colonial Environmental History Network

The Dutch Colonial Environmental History Network is an informal group of scholars and researchers in the Netherlands interested in the environmental history of the Dutch colonial period. This network focuses on the historical interactions between the Dutch and their environment, both in the Netherlands and in its colonial territories, and explores the consequences of these interactions. 

Preliminary goal of this network: to inform the network members and share information on colonial population/land use/trade/infrastructure data such as old maps, historical records, archives and such, but also exchange Library or Archive contacts through online repositories, workshops, analysis, reports, etc.

Nieuw blog: Geschiedenis van eten, koken en winkelen

Deze blog wordt bijgehouden door de gerenommeerde voedsel-historici Patricia Van den Eeckhout en Peter Scholliers, beide VUB. Gezien voedsel en landbouw steeds meer samen bestudeerd worden, een blog om in de gaten te houden.

Nieuw onderzoek

URBAN-DELTA. Metropolises in the Mud Innovation in Delta Building Technology in Europe and China in the pre-Industrial Age. Leuven KU. Looptijd: 2024-2029. (ERC-project)

Deltas are among the most urbanised and wealthiest regions of the world. Today, their very existence is threatened by climate change. Innovative solutions are urgently needed, and delta cities around the globe have joined forces to confront the climate crisis. The dependence on innovation for their survival is however not a recent phenomenon but has a longer history. Surprisingly, little is known about the specialised skills and knowledge shown by earlier civilisations in constructing and protecting these cities.
URBAN-DELTA hypothesizes that major advances in the history of water-related engineering were not random but occurred at specific places and times. Several pioneering hotspots in the pre-industrial age seem to have existed. Therefore, the aim of URBAN-DELTA is to attain an entirely new, multidisciplinary understanding of technological innovations by tracing and explaining their historical emergence in the production of the built environment in Eurasian deltas before 1800.

This project is the first in-depth comparative study of construction techniques for marshy conditions. It examines three key deltas in Europe and China and questions how builders overcame technological limitations. Did innovation occur incrementally or were there spurts at specific times and places? What were the dynamics of these processes and what factors stimulated innovation?

URBAN-DELTA’s methodological innovation is to study the built environment from a comparative perspective, combining approaches from Engineering, Economic and Architectural History. It tests hypotheses central to the debate on the conditions for innovation by looking at a vital industry, hitherto ignored in scholarship. This will result in a fundamental rethinking of how architecture comes into being and provides an entirely new explanatory framework for future research. In addition, it generates new knowledge that is urgently needed for the preservation of heritage threatened by climate change.



This project is comparing the Rhine-Meuse Delta, the Po Delta and Veneto Basin, and the Yangtze Delta. Here are some more details on the Rhine-Meuse Delta project:

The research focuses on identifying the specific building know-how that was unique to the Low Countries and tracing the development of various techniques used to construct buildings in marshy urban environments. Despite the significance of these advancements, many questions about the specialised building technologies and knowledge developed in this region remain unanswered due to a lack of comprehensive studies. To address this, the research will be structured around four distinctive case studies, each employing different methodologies. The first case study will explore contemporary accounts of Dutch and Flemish building technologies, considering the exchange of technological knowledge by examining the movements and interactions of craftsmen, architects, and engineers within and beyond the Low Countries. The second and third case studies will focus on the analysis of specific techniques used to overcome challenging conditions by enhancing stability or reducing weight, particularly in foundation techniques and lightweight vaults, domes, and roof constructions. The fourth case study will investigate the construction processes, with a focus on the mechanisation of these processes through the use of pumps, drainage devices, sawmills, pile drivers, and other tools. In addition to traditional historical research, the project will integrate methods from the digital humanities, including three-dimensional reconstructions and animations, to provide a more comprehensive understanding of these historical building practices.



The Principal Investigator is Merlijn Hurx (who published in 2012 Architect en aannemer bij Vantilt).

SNSF: Feeding the Earth: Synthetic Fertilizers and the Remaking of Agriculture in the Nineteenth and Twentieth Centuries

SNSF project “Feeding the Earth: Synthetic Fertilizers and the Remaking of Agriculture in the Nineteenth and Twentieth Centuries”. University of Basel, Switzerland and University of Birmingham, UK. The project “Feeding the Earth” enquires into the spread of synthetic fertilizers and the ways in which it transformed agriculture in the nineteenth and twentieth centuries. The use of synthetic fertilizers exploded over the twentieth century, boosting yields while fostering dependencies, land concentration, soil degradation, and water pollution. Despite their lack of sustainability and resistance from some farmers, synthetic fertilizers continue to dominate agriculture worldwide. As climate change, soil loss, and pollution compel a rethinking of food systems, this research project asks how societies in the past switched between different fertilizing regimes and adapted to changing conditions of agricultural productions. The project investigates the uneven transition from traditional to synthetic fertilizers in northern Europe, South Africa, Turkey, and Morocco, addressing the largely understudied global history of fertilizer adoption.

SNSF: Chemical Crossroads. Agrarian Transitions, Pesticide Controversies and International Governance, 1940s-1970s (Geneva Graduate Institute. Looptijd: 2025-2028)

Synthetische pesticiden die worden gebruikt om plagen zoals insecten, onkruid en schimmels te bestrijden die gewassen aantasten en de opbrengsten verminderen, zijn sinds de Tweede Wereldoorlog in toenemende mate toegepast. Het gebruik ervan is momenteel een omstreden onderwerp, zoals blijkt uit recente politieke en maatschappelijke controverses over een mogelijk verbod op glyfosaat binnen de Europese Unie. Kort gezegd maken veel waarnemers zich zorgen over de negatieve effecten van pesticiden op de gezondheid, de biodiversiteit en de voedselveiligheid, terwijl anderen pleiten voor het gebruik van pesticiden om voedselzekerheid te waarborgen door plagen en epidemische ziekten te bestrijden. Een terugkerend punt in deze debatten is het gebrek aan wetenschappelijke en politieke consensus over de potentiële risico’s en gevaren van het gebruik van pesticiden, waarbij sommige internationale organisaties pleiten voor strengere regelgeving en veel private bedrijven juist de veiligheid en noodzaak ervan benadrukken.

Om de oorsprong van deze debatten te begrijpen, onderzoekt het project Chemical Crossroads de historische rol van gespecialiseerde agentschappen van de Verenigde Naties bij het mobiliseren van wetenschappelijke expertise over de risico’s en voordelen van synthetische pesticiden in de jaren veertig, vijftig en zestig.

De onderzoeksopzet bestaat uit drie deelprojecten, elk gebaseerd op een van drie gespecialiseerde VN-organisaties: de Internationale Arbeidsorganisatie, de Wereldgezondheidsorganisatie en de Voedsel- en Landbouworganisatie. Met de hulp van een postdoc en twee parttime onderzoeksassistenten zal Chemical Crossroads de wetenschappelijke debatten binnen deze organisaties in kaart brengen en deze plaatsen tegen de achtergrond van de geopolitieke, economische, wetenschappelijke en ontwikkelingsgerichte belangen van die periode. Daarnaast zal het project de relaties van deze instellingen met niet-gouvernementele en private actoren analyseren, zoals landbouwvakbonden, boerenorganisaties en commerciële lobbygroepen.

Het project herijkt het lang dominante narratief dat de jaren zestig aanwijst als een keerpunt in de opkomst van milieubewustzijn over de gevaren van het gebruik van landbouwchemicaliën. In plaats daarvan betoogt het dat VN-organisaties al ruim vóór de milieuwending van de jaren zestig bezorgdheid uitten over de arbeids-, voedsel- en gezondheidsrisico’s van pesticidengebruik, maar dat deze zorgen niet noodzakelijkerwijs leidden tot concrete maatregelen om het gebruik van chemische producten in te perken.

Lees ook het interview met Corinna Unger.

Recente promoties (aflopende chronologische volgorde)

Arnoud Jensen (Universiteit Antwerpen, 12 Februari 2026). De titel van zijn proefschrift is: Boeren als rentmeesters: Pacht tussen winst, macht en natuur in de Lage Landen, 1200-1400. Promotoren zijn: Tims Soens (Antwerpen) en Thijs Lambrecht (Gent).

Junhao Cao (Utrecht Universiteit, 25 Februari 2026). De titel van zijn proefschrift is: ‘Property Rights and Agricultural Growth in Northwestern Europe, 1300–1800. Promotoren zijn: Dr Jessica Dijkman enProfessor Bas van Bavel (beide Utrecht Universiteit).

Master thesis

Geen informatie.




Laatst gewijzigd: 11 April 2026.